Onderwijsachterstandsbeleid
De wetgeving kent geen onderwijsachterstandenbeleid meer in de zin van een verplichte opzet van activiteiten voor het bestrijden van onderwijsachterstanden die door de gemeente worden bekostigd op basis van een verplicht plan. Er wordt nu meer uitgegaan van een horizontaal partnerschap tussen de betrokken instellingen. Centraal staat het gezamenlijk werken aan de versterking van activiteiten gericht op het voorkomen en wegwerken van achterstanden bij jeugd en jongeren.
Uitgangspunten
- De taken en verantwoordelijkheden worden zo efficiënt en effectief mogelijk gelegd bij schoolbesturen en gemeenten.
- Gemeenten zijn daarbij primair verantwoordelijk voor de vóórschoolse leeftijdsfase, de schoolbesturen voor de (vroeg)schoolse fase
- Bij de toedeling van middelen wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de feitelijke achterstand van kinderen.
- Het accent dient te liggen op het vroegtijdig opsporen en aanpakken van achterstanden.
Doelstellingen
- Borging en doorontwikkelen van bestaande verworvenheden uit de afgelopen planperiode, gekoppeld aan de landelijke en lokale uitgangspunten en doelstellingen voor de nieuwe periode.
- Doorontwikkeling van de activiteiten voor de Voor- en Vroegschoolse Educatie gericht op taal- en ontwikkelingsstimulering voor de doelgroep 3- tot 6-jarigen.
- Beheersing van de Nederlandse taal.
- Goede overdracht bij overgangsmomenten, waarbij het werken aan een doorgaande ontwikkelingslijn leidend is (Voorschoolse educatieve voorzieningen -PO -VO -MBO).
- Ondersteuning van de schoolloopbaan gericht op de doorstroming van kinderen van laag opgeleide ouders en allochtone ouders naar hogere vormen van VO en MBO.
- Bestrijding van voortijdig schoolverlaten met als doel te werken aan de preventie tot het terugdringen van voortijdig schoolverlaten.
- Bevordering van ouderparticipatie gericht op educatief partnerschap.
- Een school- en omgevingsgerichte aanpak.




